Ik ben verliefd op de prachtige vegan art books die zij maakt en onwijs geïnspireerd door het feit dat zij haar eigen sanctuary heeft. In dit interview kun je verder kennis maken met Priya Cynthia Kishna, oprichter van Pupa Veg. Ze deelt onder andere haar verhaal over hoe lang de weg voor haar was om vegan te worden, het verhaal van Pupa, hoe het is om als student vegan te leven en hoe zij haar sanctuary heeft vormgegeven.

 

Wat geeft jou energie? Hoe verwerk je dit in dagelijkse activiteiten? Wat zijn jouw rituelen?

Het feit dat mijn tekenproject dieren en het milieu helpt, geeft mij energie om ermee door te gaan. Ik blijf tegen mezelf zeggen dat ik nu eindelijk eens moet stoppen met die vegan boeken, omdat ze te veel tijd kosten, maar ik kan het niet helpen. Na het succes van ieder boek dat ik uitbreng, wil ik er gewoon nog meer maken zodat ik nog meer levens kan besparen door het concept van geweldloosheid te verspreiden. Het is maar goed dat ik honden heb die lange wandelingen nodig hebben en lekker op het strand en in het park willen hollen, anders kwam ik nooit buiten, haha. 😛 

 

 

Wanneer en waarom ben je veganistisch geworden? Hoe heeft jouw reis eruit gezien, waar liep je tegenaan en wat kun je aanbevelen of juist niet?  

Ik was in mijn jeugd het type dat “dierenbeul” riep naar bontdragers, terwijl ik zelf ook betaalde om dieren voor een andere vorm van plezier uit te buiten, namelijk voor hun vlees en lichamelijke afscheidingen (melk, eieren). Ik realiseerde me niet eens hoe onwetend en hypocriet ik was toen, want ik geloofde oprecht dat we vlees aten voor onze gezondheid en mijn ouders slikten de propaganda van de vlees- en melkindustrie als zoete koek naar binnen. We waren allemaal zwaar gehersenspoeld door al die reclames en als kind wist ik nog niet dat de informatie van de tv-reclames, de “research” achter de beweringen en zelfs in mijn schoolboeken werden aangeleverd en gefinancierd door deze industrieën die hun portemonnee probeerde te vullen, net zoals de sigarettenindustrie had gedaan, jaren daarvoor. Een paar van mijn familieleden, zoals mijn oma en een paar ooms, aten geen vlees, maar meer omdat ze hun Indiase tradities volgden, dus daardoor heb ik nooit aandacht besteed aan de mogelijkheid zonder vlees te leven, laat staan dierlijke producten. Mijn vader had destijds veel geld, dus zowel ik als mijn broer en zus werden volgepropt met vlees, zuivel, vis, eieren en de borstvoeding van een koe. Ik vond het gewoon normaal dat mijn moeder elke keer de wc onderkotste nadat zij, als iemand met een lactose intolerantie, zuivel had geconsumeerd. Ik dacht dat het hoorde. Ik dacht zelfs dat het gezond was, want dat zei ze me altijd, omdat de reclame het zei. Ik zag velen familie en vrienden doodgaan aan hartziekten, kanker, diabetes en andere levensstijl ziekten. “Het zit in de familie” werd er maar gezegd. “En het gebeurt zomaar.” Ik hoorde hetzelfde van andere families. Het zat allemaal in de familie, er was niks aan te doen, je kon het niet voorkomen, waarschijnlijk zou ik het ook krijgen als ik vijftig zou worden. Ik wist destijds nog niet dat het heel zeldzaam is als zoiets in je familie heerst, en dat het dus eerder kwam door de dierlijke producten die mijn familie tot zich nam ook omdat onze hele familie fel tegen roken en drinken was. Onbewust pleegden ze op die manier één voor één zelfmoord. De eerste dood die ik werkelijk meemaakte was dat van mijn tante. Ik herinner mij nog dat ik erg verdrietig was en ik vraag mij tot vandaag de dag nog af of ik haar had kunnen redden als ik toen wist wat ik nu weet. Ik was naïef en onwetend, dacht werkelijk dat de regering gaf om zijn mensen en dus nooit dingen zou toestaan die schadelijk waren voor mijn gezondheid. Dus als mijn moeder mij een plakje worst aanbood in de vorm van een schattig beertje of een Happy Meal met speeltjes van Aladdin en de Kleine Zeemeermin erin begonnen mijn ogen te glinsteren: “Hebben! Hebben!”. En terwijl mijn zusje uren gedwongen werd door mijn moeder om aan tafel te blijven zitten tot ze haar glas melk op had (ze vond het heel vies), slikte ik het mijne in één keer weg en riep trots naar haar: “Kijk, ik word later groter dan jij, want ik drink mijn melk wel.” Het kwam geen moment in mij op dat we indirect aan het zuigen waren aan de tiet van een compleet andere diersoort: voor babymelk nog wel, als kinderen die al vast voedsel konden eten. Kortom: ik was een naïef kuiken dat in een sekte leefde dat carnisme heette. 

 

 

Mijn weg naar veganisme spreidde zich uit over meer dan 10 jaar. De eerste keer was toen ik en mijn zus, als jonge tiener, China Town in Amerika bezochten. In tegenstelling tot in de Westerse wereld, was hier geen dikke muur van comfort om het geweten van de klant te sussen, dus al het dierenleed was gewoon zichtbaar. Uit walging weigerden zowel ik als mijn zus ooit nog een hap vlees te nemen. Op diezelfde vakantie ging dat nog wel: mijn oom haalde Chinees met gefrituurde tofu, mijn oma maakte dingen klaar. Maar eenmaal terug van vakantie ging het niet zo goed meer. Ik en mijn zus kregen ruzie met onze moeder en mochten voor straf het fornuis niet gebruiken en ook geen eten pakken. Mijn vader was overdag op het werk tot ’s avonds laat. Ik en mijn zus pikten af en toe een zakje chips uit onze voorraadkast toen mijn moeder niet keek. We zetten ons zakgeld bij elkaar om eten te kopen in de supermarkt. We konden helemaal niet koken, dus we leefden op chips, snoep, koek, cup noodles, sla en af en toe een vega-burger en begonnen op uitgehongerde zombies te lijken. Na 2 weken begon mijn moeder weer voor ons te koken. Maar als iemand die geen verstand had van voeding en die nooit compleet plantaardig gekookt had (behalve op Diwali), waren de maaltijden armzalig en ontbraken (weet ik achteraf) aan ijzer, calcium en meer voedingsstoffen doordat ze het vlees niet had vervangen door groen met een soortgelijke voedingswaarde. We aten ook simpelweg veel te weinig calorieën en hongerden onszelf onbewust uit.  En een glas melk erachteraan verergerde het probleem. We hadden ook nooit de moeite genomen om wat onderzoek te doen op internet of recepten op te zoeken. Gewoon omdat we daar te lui voor waren. 

 

Na een jaar waren wij suffe, slappe noodleslierten geworden, die het energieniveau hadden van een hoogbejaarde (en dan bedoel ik niet een fitte zoals Ellensworth Wareham). “Het zal vast komen doordat we geen vlees meer eten,” maakten we onszelf wijs, alsof we leeuwen waren, gevolgd door een reeks domme stereotype “ex vegan” excuses om onszelf goed te praten weer vlees te gaan eten, waaronder de bekende “we eten wel biologisch, dan heeft het dier een goed leven gehad,” geweten sussende onzin. Ja, ik was ooit zo’n domme “ex-vegan” die veganisme de schuld gaf van mijn eigen onwetendheid. En onze “alleen bio vlees” regel werd al gauw wegens gemakzucht overboord gegooid “want McDonalds” en “het is duur”. 

 

Er kwam pas echt verandering in mijn perspectief op wat we dieren aandeden, ongeveer twee jaar daarna. Ik kreeg een konijn genaamd Pupa. In tegenstelling tot mijn andere konijnen, was ze net een hondje; ze liep overal mee naartoe, binnen en buiten en luisterde zelfs als je haar riep of wegstuurde. Ik hechtte me erg aan dit dier en leerde daardoor dat dieren ook gevoelens hebben. Maar ik realiseerde mij toen nog niet hoe hypocriet ik zelf was door mensen te betalen om andere dieren, die net zoveel gevoel hadden en een wilskracht om te leven als Pupa, te laten afslachten. Ik hield van Pupa en zij was het eerste waar ik heen holde toen ik thuis kwam van school. We hadden destijds nog geen honden, dus Pupa kon gewoon los lopen door het huis en door de tuin. Het waren leuke tijden. Daar kwam een einde aan toen een mislukte kwakzalver genaamd Maaike J. Grijpstra mijn Pupa om het leven bracht, samen met mijn andere dier: Tooty. Ik was intens verdrietig, en verwachtte dat ik steun zou krijgen van mijn vrienden en familie. Maar toen ontdekte ik iets dat mij als een klap in het gezicht trof: bijna iedereen die ik kende was niets minder was dan een “milkshake duck” zoals dat wordt genoemd. “Het was maar een beest,” werd er geroepen. “Koop gewoon een nieuwe!” Dus ik stond er alleen voor. Ik was jong, wist niet goed hoe ik de kwakzalver moest aanklagen en geen van de volwassenen in mijn leven deed moeite om mij ermee te helpen. Dus via via kwam ik terecht bij het Veterinair Tuchtcollege. Mijn leraar waarschuwde mij nog dat die kwakzalver haar collega’s de Tuchtzaak zouden beoordelen en dat ik geen kans maakte daardoor, ondanks al mijn bewijs en het sectierapport, maar ik ging toch. Ik kwam daar, in mijn eentje met de trein. Ik had al mijn zakgeld ingeleverd voor een treinkaartje, want geen van mijn vrienden of familie wilden moeite doen voor “maar een dier”. Ik had hulp gekregen van een mevrouw van Stichting Konijnenbelangen om mijn verweer op papier te zetten omdat ik dat op mijn leeftijd nog niet zo goed zelf kon, maar de vrouw zelf kon er niet bij zijn omdat ze thuis zieke dieren had die regelmatig medische zorg nodig hadden. Dus daar zat ik dan, tegenover het monster dat mijn dieren doodde. Haar koude, emotieloze ogen vergeet ik nooit meer. Ze had nooit ook maar een beetje berouw getoond: het leek wel of ze zelfs trots was op wat ze had gedaan. Ze had hetzelfde gedaan bij de golden retriever van een oud echtpaar dat ik had gesproken in de trein, die door haar ook een pijnlijke dood was gestorven. Ze gaf zich uit voor konijnkundig dierenarts, maar je kreeg je dieren gillend en dood terug nadat ze klaar was ze te castreren en er met het geld vandoor ging. Het bleek dat ze de darmen van de dieren met een mes toetakelde, niemand weet waarom. De kliniek waar ze werkte had haar ontslagen om die reden, maar ze zette toen haar werk elders voor. Ik moest haar tegenhouden voordat ze nog meer slachtoffers zou maken! Maar helaas ging dat niet door. Want in de Tuchtzaak werd ik opnieuw bespot en werden de kwakzalver haar daden gewoon simpelweg van tafel geschoven, met het sectierapport van de dierenarts die haar had ontslagen ook. Want “het was maar een beest” en “ze waren goedkoop in de winkel” dus “kon ik net zo goed een nieuwe halen”. Ik hoorde ze nog na giechelen toen ik na hun oordeel vertrok. Vanaf die dag heb ik mijn familie nooit meer als hetzelfde gezien en mijn vrienden abrupt verlaten zonder verklaring. Het waren milkshake ducks, allemaal! Ik had Pupa en mijn andere konijn die door Grijpstra was vermoord begraven in de achtertuin. Ik was teleurgesteld in de mens, in ons rechtssysteem, in het feit dat mensen als die kwakzalver gewoon vrij mochten rondlopen in dit land. En ik voelde mij alleen, alsof ik het enige levende wezens was en de rest van de wereld emotieloze robots zonder gevoelens.
 

 

En opnieuw kon ik daardoor niet voorkomen dat ik oog in oog kwam te staan met mijn eigen hypocrisie. Ik wist hoeveel Pupa had geleden, hoeveel mijn andere dier had geleden dankzij die kwakzalver. Maar was ik echt veel beter dan die kwakzalver als ik andere dieren nog ergere dingen aandeed door iemand te betalen om ze uit te buiten en te doden? Ik keek terug naar mijn vleesloze dagen van een tijd terug. Ik snapte toen nog steeds niet waarom al die Indiase mensen, ook in onze eigen familie, niet slap en ziek werden zonder vlees, maar ik wel. Maar ik wist dat er een manier moest zijn om daarachter te komen. Ik wilde geen vlees meer eten. Ik wilde geen dieren meer mishandelen zoals dat monster die mijn dieren had gedood had gedaan! Dus ik stapte uit het geweten sussende bootje die ik samen met mijn zusje had gecreëerd en besloot toch weer een poging te wagen om te stoppen met vlees eten via de eerste stap: pescotariër. En het rare was: ik begon toen al tekeningen te maken over dierenrechten, over veganisme, ook al was ik zelf niet vegan. Een deel van mijn geweten wist dat ik iets verkeerds deed. 

 

 

Ik kreeg nieuwe vriendinnen op mijn nieuwe school. Eén van hun was vegetarisch en de ander veganist. Ik, als pescotariër toen, keek erg tegen ze op, vooral tegen de veganist. Mijn zusje vertelde ze trots dat ik ook geen vlees at, behalve vis. Maar mijn nieuwe vegetarische vriendin deinsde er niet voor terug te zeggen dat ze dat hypocriet vond. Eigenlijk had ze gelijk. Ik had jaren vissen als huisdieren gehad: ik wist dat ze gevoel hadden en pijn konden voelen. Dus ik stopte al gauw daarna ook met het eten van vis. In 2010 werd ik dus officieel vegetariër. Ik kon nog steeds niet echt koken, maar mijn ouders hielpen mij. Het ging toen goed. Ik voelde mezelf een echte dierenvriend, niet realiserend dat achter melk en eieren nog erger dierenleed zat dan achter vlees en dat ik diezelfde industrie daardoor nog in stand hield. Tot ik de opleiding paraveterinair ging doen en ging stagelopen, en uiteindelijk ook werken, op diverse biologische boerderijen waar er vlees, zuivel, wol, honing en eieren werden geproduceerd. Ik hield ook eigen kippen, die ik uitbuitte voor hun eieren. Dit keer hongerde ik mezelf niet uit en mijn ouders waren vooruit gegaan in het bereiden van vleesloze maaltijden, dus bleef ik mij goed voelen. 

 

 

Ik weet nog dat toen ik de eerste dag op een boerderij kwam werken, mijn collega keihard in de lach schoot toen ik vroeg of koeien gemolken moeten worden omdat hun uiers anders zouden exploderen. Ze was een zeer harteloze boerin als het op dieren aankwam en stuurde ze zonder pardon naar de slacht, baby of geen baby, maar ze was wel eerlijk over de gruwelijkheden die we dieren aandeden. Behalve op de open dag tegenover bezoekers van de boerderij natuurlijk. Die lieten we voor het gemak de gruwelijke dingen (zoals het versnipperen van mannetjeskuikens, het doden van stiertjes en het slachten) maar niet zien. Ik begeleidde klassen over de boerderij, vertelde ze pure leugens over hoe dieren op hun bord komen (terwijl 99% van het vlees in de supermarkt/slager niet afkomstig is van de veld-dieren op onze kleine boerderij, maar van de helgaten die we de intensieve veehouderij noemen) en ze gingen weg met het idee dat de dieren “in slaap worden gebracht” en “ze het niet erg vinden”. Ik had nog nooit zoveel bij elkaar gelogen in mijn hele leven! Maar de boerderij moest draaien, en de waarheid zou klanten wegjagen, dus “kijk eens naar onze blije dieren op dit veld!” Ik wilde zelfs voor altijd boerin zijn. Dat was mijn lust en mijn leven toen; en dat zou mijn toekomst ook zijn. Ik heb geen idee hoe ik het volgehouden heb om zo lang als veeboerin actief te zijn. Maar de jaren streken voorbij en beetje bij beetje ging ik dood van binnen om het feit dat ik dieren vreselijke dingen aandeed. Bange kleine bokjes die ik in de vrachtwagen richting de slacht forceerde terwijl ze hevig tegenstribbelden en gilden, om ze vervolgens in stukken gehakt te verkopen aan de klanten. Ze waren niet dom: ze voelden aan dat er iets ergs met ze ging gebeuren als ze die wagen in zouden gaan. Ik voerde de stukken lijk van de baby geitjes die ik de week daarvoor nog knuffelde en de fles gaf aan mijn familie. Ik voelde me langzaam in een emotieloze afgestompte robot veranderen. Ik voelde mij een monster en dat was ik ook. De empathie knop moest altijd uit tijdens het werk, anders redde ik het niet. Ik had er geleerd te lachen wanneer ik mij verdrietig voelde. 

 

 

In mijn vrije tijd las ik, zoals alle jaren daarvoor, mij nog altijd graag in over het milieu, de veehouderij en dieren. Maar toen ik ontdekte dat de veehouderij de hoofdoorzaak is van alles dat mijn vader mij altijd leerde dat slecht was: ontbossing, Co2 uitstoot, grondverontreiniging, dode zones in de oceaan, watervervuiling, voedsel- en waterverspilling (dieren leven niet op magie), natuurgebiedsvernietiging, met als gevolg de uitroeiing van duizenden(!) bedreigde diersoorten en plantsoorten per jaar en voedsel- en watertekort in 3e wereldlanden, was het de druppel. Ik stopte met tegen mezelf te liegen en werd onmiddellijk vegan. Ik was 26, net op mezelf gaan wonen, studeerde nog en kon voor geen reet koken en had bijna nooit geld voor de luxeproducten zoals kant- en klare vegan nuggets en burgers. Maar dit keer gebruikte ik dat niet als excuus. Ik opende YouTube, leerde mijn eigen seitan en sojaproducten te maken en vroor het in zodat ik voorraad had. Ik wilde een receptenboek maken voor mensen zoals ik, die studeerde en weinig geld hebben en slecht zijn in koken, maar toch vegan willen worden. Maar hoewel ik veel boeken geschreven had in mijn leven, had ik er nooit eentje uitgegeven. Als aanloopje begon ik het Vegan Artbook. En binnen twee weken was die uitverkocht, voor dezelfde prijs als de drukprijs omdat ik oprecht andere vegans, dieren en het milieu wilde helpen. Inmiddels is mijn vegan project een project geworden voor het goede doel, want ik ben een dierenopvang gestart en 100% van de opbrengst van mijn boeken gaat daarheen. Nog iets dat mij vegan heeft gemaakt is het feit dat ik als kind jaren gepest ben op school om iets dat ik niet kon kiezen of veranderen, namelijk mijn huidskleur. Toen ik jaren later mijn oude dagboeken terug las van die tijd, viel het mij op dat mijn pestkoppen precies dezelfde excuses gebruikte om mij te onderdrukken als vleeseters gebruiken om dieren te onderdrukken: “Zij zijn anders! Het is natuurlijk! Het is mijn keuze! Wilde dieren doen het ook! God zegt dat het mag! Wij zijn superieur! Dan had je maar niet als een *voeg moreel irrelevante criteria toe* geboren moeten worden! Hun met ons vergelijken is een belediging!” etc. Ik realiseerde mij dat ik eigenlijk geen haar beter was dan mijn pestkoppen waren omdat ik dieren ook als “minder” behandelde alleen maar om moreel irrelevante dingen waar ze niks aan kunnen doen; om hoe ze geboren waren. Ik was eigenlijk erger dan de racisten, want ik objectificeerde en doodde mijn slachtoffers ook nog of betaalde iemand om dit voor mij te doen.  

 

 

Vandaag de dag realiseer ik mij dat “zij zijn anders” gebaseerd op moreel irrelevante criteria nooit een rechtvaardiging is voor het kwaad doen van andere zelfbewuste wezens. Ik ben blij dat Pupa en de racistische pestkoppen in mijn leven waren gekomen, anders had ik misschien nooit het licht gezien. En zolang dieren, of welke andere groep dan ook, nog worden onderdrukt, zal ik voor ze opkomen zolang ik leef. Want inmiddels voelt het als een morele verplichting. 

 

 

Hoe ziet boodschappen doen er voor jou uit?  

Dat verschilt iedere dag. Soms ga ik naar de supermarkt, soms naar een toko… als het maar lekker en voedzaam is, gooi ik het in mijn winkelmand. En hoewel vlees, zuivel en eieren nu uit mijn lijstje “ongezonde voedingsmiddelen” zijn gescrapt, heb ik nog 1 vijand: suiker! Ik hou van vegan donuts, vegan cupcakes, vegan koekjes, snoepjes en oooh, Turkse lekkernijen! Ik ben altijd een snoepkont geweest, maar ik probeer het de laatste 2 jaar te beperken. 

 

 

Heeft jouw keuze voor het veganisme ook invloed gehad op het leven van de mensen en dieren om je heen?  

Mijn vriend is vegan geworden, mijn honden zijn allemaal opgevoed op Amidog voer en ik heb met mijn boeken meer dan 1200 berichten ontvangen van lezers die zeggen dat ze er ook vegan/vega door zijn geworden. 

 

 

Je bent de oprichter van Pupa Veg, hoe is deze naam ontstaan? Ik ben trouwens verliefd op je logo! 

Pupa is, zoals ik al verteld had, mijn overleden nijntje. Zij is een van de belangrijkste stappen geweest in mijn reis naar het veganisme, dus heb ik haar naam gekozen als artiestennaam. Ik en mijn volgers hebben de kwakzalver die haar doodde op Facebook gevonden laatst en afgebrand. Ze heeft iedereen geblockt die een negatieve review neerzette. Ik hoop dat ze op een dag gestopt wordt. 

 

 

Je maakt prachtige art books die je verkoopt op Pupa Veg. Wat inspireert je en wat is het thema van de art books die je verkoopt? 

Als veganist krijg je veel vragen. Op school was iedereen altijd te lui om de boeken en documentaires door te nemen die ik ze aanraadde om erover te leren. Dus ben ik het in cartoon vorm gaan samenvatten tot mini-stripjes voor luie lezers zoals mijn klasgenoten. En toen was er opeens wel interesse. Pupa Vegan is een nieuwe serie die ik na Vegan Artbook en VEGventures ben begonnen. Dit keer sorteer ik alles op onderwerp (het groene boek gaat bijvoorbeeld over het milieu, de gele over ethiek, de blauwe over gezondheid, de oranje over de jacht etc.). Ik wil het zo kort, krachtig en overzichtelijk samenvatten als ik kan, zodat bijvoorbeeld de ouders van een vegan tiener/kind beter kunnen begrijpen waarom hun kind dit wil en dat ik mezelf niet steeds hoef te herhalen wanneer mensen mij vragen stellen. Het verschil met Pupa Vegan is dat het, in tegenstelling tot de vorige boeken, een iets serieuzer project is met bronvermeldingen. 

 

 

 

 

En naast je art books verkoop je ook nog andere super leuke en inspirerende dingen in je webshop. Kun je hier wat meer over vertellen? 

Ik produceer af en toe wat merchandise met mijn tekeningen erop, zoals T-shirts, kussens en diner borden. Mensen vinden het leuk om hebbedingetje te hebben van mijn projecten, maar ook mensen die mijn werk niet kennen kopen ze. 

 

 

Wat zou je heel graag toe willen voegen aan je webshop? 

Ik zou wel meer verschillende producten willen. Maar mijn eigen bijbaantje is geen vetpot en de opbrengst van de boeken is voor de dieren, dus er komen alleen nieuwe producten bij als er genoeg geld voor is. 

 

 

En je hebt je droom (en die van mij) gerealiseerd. Super gaaf! Kun je wat meer vertellen over Pupa’s sanctuary? Hoe is het idee ontstaan, wanneer ben je begonnen, wat voor dieren red je en hoe ziet je sanctuary eruit? 

Ik ging het huis uit met mijn konijn. Mijn zusje en mijn moeder gaven hun eigen konijnen weg aan mij. Het eerste konijn dat ik vond op straat liep langs de autoweg. Ik ben er als een gestoorde op mijn hoge hakken achteraan gehold. Een man met zijn zoontje die langs fietsten vroegen wat ik aan het doen was. Ik loog maar dat mijn konijn was ontsnapt. En voor ik het wist, renden we alle 3 achter dat dier aan terwijl automobilisten naar ons vloekten. Met hulp van hen kreeg ik het dier te pakken. Hij was erg ziek, want tamme konijnen overleven het niet in het wild en zijn niet bestand tegen velen ziekten. Ik heb het konijn behandeld en daarna bij mijn eigen konijnen geïntroduceerd. In de loop van de jaren kwamen er meer konijnen bij. Vooral in de vakantieperiodes werden er konijnen gedumpt. Ik studeerde nog, had een miezerig inkomen, maar ik kon het niet over mijn hart krijgen om de dieren aan hun lot over te laten. Als konijnenkenner zag ik gelijk welke konijnen wilde konijnen waren, die ik gewoon liet, en welke tamme waren (meestal al ziek) die ik vervolgens meenam. Ik heb ook konijnen gekregen van andere mensen die ze vonden of hadden gered van de vleesindustrie. Uiteindelijk heb ik mijn vegan boek project gebruikt om ze te onderhouden. Ik moet nog steeds zelf wel wat geld bijleggen omdat ik nog niet zoveel donaties voor ze krijg, maar het gaat langzaam vooruit. In noodgevallen springt mijn vriend bij. Mijn konijnen zijn trouwens niet gekooid – ze lopen los en de mannetjes worden gecastreerd (om “feest” te voorkomen met 1000 extra konijnen) omdat kooien voor criminelen zijn naar mijn mening. Ik heb buizen voor ze en ik ben van plan in de toekomst donaties in te zamelen om een zandkasteel voor ze te bouwen waarin ze ook kunnen graven.  

 

 

Heb je tips voor mij en voor iedereen die een animal sanctuary wil oprichten? 

Zorg alsjeblieft dat je een goed inkomen hebt! Ik heb een keer 3 weken op cornflakes geleefd omdat zieke konijntjes duur zijn en ik toen nog een arme student was. Ik had het zwaar onderschat en heb geld moeten lenen en via Crowdfunding moeten verzamelen. Begin niet onvoorbereid! Lees je in over medische problemen bij de diersoorten die je houdt, zodat ze niet onverwacht sterven als je ziekte symptomen mist (gelukkig heb ik die kennis wel). Heb geduld met de dieren: sommigen kunnen getraumatiseerd zijn en hebben tijd nodig om te herstellen. En maak alsjeblieft geen “kinderhoek” waar kinderen konijntjes en caviaatjes kunnen knuffelen: dat is alleen maar stress (en vaak ook pijn door verkeerd oppakken) voor die dieren. Indien je dieren herplaatst, plaats dan geen getraumatiseerde dieren bij mensen met kleine kinderen, of het nou een hond is of een konijn (mijn dieren worden overigens nooit aangeboden ter adoptie, tenzij ik iemand zou vinden die ze gegarandeerd niet in kooien opsluit).  

 

 

Wat voor type veganist ben je? 

Een geduldige, maar wel een eerlijke. Ik deel vaak mijn eigen ervaringen, om te laten zien dat ik ook ooit stond waar zij nu staan. Maar ik ben geen apologist: ik zeg geen dingen om mensen zich beter te laten voelen over het geweld waarin ze deelnemen, maar ik zeg de dingen zoals ze werkelijk zijn. Ik denk dat mijn project zoveel interesse opwekt omdat ik erg veel geduld heb met mensen. Zelfs de hardnekkigste vegan-hater zet ik niet op mijn blocklist, maar ik vraag gewoon beleefd of hij/zij zichzelf wilt verklaren. 

 

 

Wie is jouw grootste voorbeeld en wat is de belangrijkste les die je van hem of haar hebt geleerd? 

Emily Moran Barwick van Bitesizevegan. Ze heeft mij heel veel geholpen met de informatie van mijn nieuwe boeken, evenals Dr. Michael Greger. 

 

 

Heb je tips, do’s en don’ts voor mensen die graag willen overstappen naar een veganistische lifestyle?  

Lees je in. Wordt geen “ex vegan” door jezelf onbewust uit te hongeren zoals ik deed in het begin. EET GENOEG CALORIEËN! Heel belangrijk. Je hoeft niet alles in één keer te onthouden: doe gewoon je best om het zo goed mogelijk te doen en fouten mag je in het begin maken. Begin met vlees, dan melk/kaas, dan eieren, leer, bont en proefdier cosmetica… Lees de ingrediënten van producten. Gewoon snel er doorheen, je hoeft niet alles te lezen, let alleen op woorden ertussen als “ei” of “melk” (of andere benamingen voor melk zoals “zuivel”, “lactose”, “weipoeder”, “wei” etc.) Het is even puzzelen in het begin, maar langzamerhand ga je vanzelf onthouden welke producten wel leedvrij zijn en gooi je ze automatisch met gemak in je winkelwagen. Oh ja, en als je weinig geld hebt, probeer dan zelf seitan of sojaproducten te maken door een simpele Youtube zoekopdracht: “Vegan chicken” of zo in te typen. Probeer er verschillende tot je er eentje hebt die je echt lekker vind. En sluit aan bij vegan groepen om tips en advies te krijgen (pas wel op met apologist groepen, want die oenen zitten er ook tussen). Diverse junkfood restaurants beginnen ook vegan opties aan te bieden, zoals burgers, dus het wordt alleen maar makkelijker. Test diverse plantaardige melken (sojamelk, rijstmelk, havermelk, kokosmelk etc.) van verschillende merken en probeer verschillende smaken om te ontdekken welke je lekker vind (melk is niet nodig, maar wel lekker). Voel je vrij op mijn pagina om vragen te stellen of neem een exemplaar mee van mijn kookboek en steun daarmee Pupa’s dierenopvang. 

 

 

Waar droom je over? Zijn er samenwerkingen waar je op zoek naar bent of open voor staat?  

Ik hoop mijn dierenopvang op een dag groter te kunnen maken zodat ik meer dieren kan helpen.  Soms werk ik samen met andere vegans en citeer ik hun teksten in mijn strip. Ik wou dat ik iemand had die mij kon helpen met de strips te tekenen, in dezelfde kwaliteit als ik dat doe. Het is zoveel werk. Maar ik heb geen geld voor een tekenaar, dus dat gaat ‘m niet worden. 😛 

 

 

Stel je mag 3 wensen doen. Welke zouden dit zijn en waarom?  

  1. Dat alle vormen van onderdrukking (racisme, homofobia, sexisme, speciesisme etc.) voorgoed ten einde komen en dat de mens in harmonie leeft met de planeet en al haar wezens. Geen enkele vorm van onderdrukking blijft voor altijd voortbestaan, maar van mij zou het beëindigen ervan wel wat sneller mogen. 🙂  
  1. Ik wil dat Pupa en mijn andere overleden dieren terug komen… 🙁 Ik haat onrecht. 
  1. … uh… ik heb geen andere wensen meer. Um… ik wens de geest van Aladdin vrij! 😛  

 

Ben je gelukkig?  

Yep!  

 

 

Wat is jouw definitie van succes? 

Ik kan mij wel vinden in de definitie die Caroline Ligtenberg in je interview deelde.  

 

 

Gedeeld: Alle donaties voor Pupa’s dierenopvang zijn van harte welkom! 

Als je mijn dierenopvang wilt steunen, kun je wat op mijn website kopen of een donatie doen via de donatie pagina; klik hier.  ♥

 

 

 

 

 

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *