Janina Dubbeld is HSP-coach bij De Vuurtoren en het is haar missie om ouders de verantwoordelijkheid te laten dragen voor hun eigen pijn zodat kinderen hier niet mee belast worden en zij vrij kunnen zijn. Een prachtig streven waar ook ik mij helemaal in kan vinden. Maar.. Hoe doe je dit in de praktijk? Hoe kun je je kind(eren) zo lang mogelijk laten genieten van hun ‘kind bubbel’? De antwoorden op deze en nog veel meer vragen, vindt je in dit interview. Heel veel leesplezier!

Hoe is je missie ontstaan?

In 2009 begon ik met mijn praktijk De Vuurtoren. Destijds was het mijn missie om de kleine ‘’Janinaatjes” zichtbaar te maken; om hooggevoelige kinderen een stem te geven. Gaandeweg is dit verschoven, omdat ik inzag dat er veel onmacht bij ouders heerst vanuit hun eigen geschiedenis, en dat dáár eerst iets in moest veranderen, of beter gezegd; daar was eerst heling nodig. Vervolgens zag ik heel duidelijk dat op het moment dat ouders bereid zijn hun eigen proces aan te gaan, het gedrag van kinderen vrijwel direct verandert. Hun taak is dan volbracht zou je kunnen zeggen.

Heb je tips hoe ouders hun pijn, trauma’s e.d. kunnen verwerken zonder hun kind(eren) hier onderdeel van uit te laten maken?

Mooie vraag, en dat is precies waar ik voor sta! Hoe minder we onze kinderen hiermee belasten, hoe beter. Vaak is het eerste signaal dat je als ouder vaak emoties voelt als je kind bepaald gedrag laat zien óf als anderen op je kind reageren. Dit zit dan eerder in de ongewenste hoek, dus bijvoorbeeld boos gedrag of een negatief oordeel over je kind. Als je merkt dat je steeds vaker in je emoties blijft hangen, als je steeds vaker merkt dat je uit je slof schiet, als je powerplay begint te vertonen (dus machtsvertoon naar je kind om hem tot bepaald gedrag te dwingen), dan mag je dit serieus nemen. Natuurlijk hoeft het niet altijd volgens het boekje en hebben we allemaal weleens slechte dagen. Als het echter te vaak gebeurt of te lang aanhoudt, is er iets aan de hand dat aandacht verdient.
In mijn praktijk tref ik vaak ouders die niet per se hetzelfde reageren op hun kind. De moeder maakt zich bijvoorbeeld heel erg zorgen om de onzekerheid van haar zoon en de vader ziet het niet als probleem, of heeft er alle vertrouwen in dat het wel los zal lopen. Dat is een verschil in waarneming en vertelt mij dat het -in deze situaties- nooit echt aan het kind ligt. Het verschil in reactie van de ouders vertelt mij dat het vooral iets zegt over hoe zij in het leven staan, wat hun triggers zijn. Je eigen onmacht erkennen is vaak een belangrijke eerste stap. Aanvaarden dat je vanuit een liefdevolle intentie je best doet, maar dat het soms niet genoeg is. Dat je hier nog iets in mag leren. Dat is de eerste stap. Afhankelijk van de situatie en de persoon is het dan zaak om aan de juiste persoon hulp te vragen.

Hoe kunnen we onze kind(eren) beschermen voor de pijn/trauma’s die wij zelf (in onze jeugd) hebben meegemaakt?

We kunnen niet veranderen wat ons heeft gevormd, maar we kunnen hier wel met een andere blik naar kijken. Op het moment dat we hier een helder beeld van hebben, kunnen we op zuivere gronden besluiten een patroon in stand te houden of er mee te breken. Dit zijn veranderingen die direct invloed hebben op je manier van opvoeden. Dat is dus wat wij als ouders te doen hebben.

Je kijkt, voelt en werkt systemisch, kun je hier wat meer over vertellen? En heb je hier een voorbeeld van?

Systemisch werk (familieopstellingen) is een bepaalde methodiek die werkt in de onderlaag van ons gedrag. Er is een aantal wetmatigheden en op grond daarvan onderzoek ik waar het pijnpunt ligt. Een wetmatigheid is bijvoorbeeld dat kinderen alles aannemen wat wij ouders hen aanreiken; de goede en slechte dingen, het hele pakket. Bovendien geven ouders meer dan kinderen terug zullen geven. Dat is nu eenmaal zo en dat is oké. Als je een moeder treft die van jou verlangt dat je alles geeft wat je te geven hebt, schept dit verwarring. Je hebt als kind vooral te nemen. Dus ergens in dit soort situaties, verandert er iets in de plek die het kind in neemt omdat het op dat moment geen kind meer kan zijn. Het kind moet geven om aanvaard te worden, daarmee is de kinderlijke onschuld en alles wat hierbij hoort verdwenen. Dit zijn de mensen die als volwassenen geneigd zijn zichzelf weg te cijferen, anderen te pleasen, altijd op anderen gericht zijn en te willen zorgen voor. Liefde is voorwaardelijk en je past je gedrag hierop aan. Dit kost bergen energie en lukt op een gegeven moment niet meer.

Een andere wetmatigheid is dat iedereen zijn eigen plek heeft. Vroeger (nog steeds wel) werd er bijvoorbeeld over overleden kinderen of miskramen niet gesproken. Als jij de tweede op rij bent in een gezin en je oudere broer of zus komt te overlijden, kun je je voorstellen dat dit een enorme impact heeft. Als hier echter niet over wordt gesproken en jij wordt als vanzelfsprekend opeens als de oudste behandeld en gezien, schept dit ook verwarring. Dit klopt niet. De taak van de oudste is anders dan de tweede. Dat gaat schuren, dat doet pijn en kost energie. Het komt vaak neer op erkenning en gezien worden neer. In je volwassen leven ga je op een gegeven moment herkennen dat je niet gehoord wordt, dat je een te zware last op je schouders draagt en dat er te hoge verwachtingen zijn.

En dit zijn slechts 2 voorbeelden.

Hoe kunnen we onze kind(eren) weer gewoon kind laten zijn? Wat zijn jouw tips?

Wat ik heel vaak zie in mijn praktijk, is dat kinderen de neiging hebben om heel lief voor hun ouders te willen zijn, ze willen hen ontzorgen. Ze voelen haarfijn aan wat nodig is en willen niets liever dan aan deze verwachtingen voldoen. Als mama verdriet heeft, gaan ze op hun tenen lopen en kusjes geven. Op zich is dit natuurlijk heel lief en is er ook niets mis mee, maar het is een dun lijntje. Wat ik ouders altijd meegeef, is dat ze hun kind mogen waarderen om hun liefdevolle aandacht (knuffel ze plat, geef een compliment, spreek je waardering uit), maar dat ze daarbij ook moeten aangeven dat zij voor zichzelf zorgen. “Ik ben je moeder, ik ben groot. Jij bent mijn kind, jij hoeft niet voor mij te zorgen, dat doe ik zelf.” Iets in die richting. Hiermee erken en waardeer je hun intentie, maar ontsla je ze direct van hun zorgtaak. Zij mogen kind zijn en bovendien is het echt waar dat we niet op onze kinderen mogen leunen, hoe lief ze ook zijn en hoe fijn dat soms ook voelt. Wees dus open, maar belast hen niet. Als je een slechte dag hebt kun je dat zeggen “Het klopt dat je aanvoelt dat ik me niet zo goed voel vandaag, ik heb slecht geslapen, dit heeft niets met jou te maken. Maar ik zorg goed voor mezelf en morgen is het vast weer beter.” Hiermee erken je het gevoel dat een kind heeft dat er iets niet oké is, maar wederom ontsla je hen van de behoefte het op te lossen. Ook aan leerkrachten geef ik graag en vaak deze tip. Belast kinderen niet met de oorzaak, maar erken dat ze het goed aanvoelen. Punt.

Aan wat voor symptomen kun je herkennen wanneer het een kind teveel wordt? En wanneer grijp je in?

Als je merkt dat je kind teveel voor je aan het zorgen is, als het nooit meer vervelend doet, als het zich niet meer uit, of juist alleen maar emotionele uitbarstingen laat zien. Eigenlijk altijd als het ‘schuurt’, is het goed om een stapje terug te nemen, een keer diep adem te halen en eens rustig te kijken naar wat er nou precies gebeurt. Ongewenst gedrag is soms irritant, maar raakt niet altijd. Als mijn zoon bijvoorbeeld heel gemeen naar een vriendje doet, kan ik hier heel rustig naar kijken en afhankelijk van de situatie ingrijpen of het met rust laten. Dat zijn ‘gewone’ dingen die geleerd mogen worden. Dus het is niet per se het gedrag, maar wat het oproept.

Andere symptomen die ik vaak hoor en altijd serieus neem zijn hoofdpijn, buikpijn, slaapproblemen, opeens weer in bed plassen of opvallende gedragsveranderingen. Hoofdpijn duidt vaak op te veel in het hoofd zitten en als je te veel in je hoofd zit, zit je niet genoeg in je lijf. Buikpijn heeft vaak met spanningen te maken, met emoties. Bedplassen ook.

Van onmacht naar ontspanning in het ouderschap; hoe doe je dit?

Eerst neem je het besluit dat het anders moet, dat het beter kan. Ik heb gemerkt dat als het om ons kind gaat, we bereid zijn ons eigen gedoe onder het tapijt vandaan te halen en ermee aan de slag te gaan. Voor onszelf was wegschuiven nog een optie, maar als het het welzijn van ons kind raakt, komen we in beweging.
Vervolgens onderzoek ik samen met de ouders waar zij vandaan komen. Welke gebeurtenissen hebben hen gevormd tot wie ze nu zijn? Welke overtuigingen hebben zij meegenomen uit hun jeugd? En staan zij hier nog wel achter?
Loyaliteit is groot, ook als je zelf volwassen bent en kinderen hebt. Het vraagt moed om hierin -als het nodig is- een andere positie in te nemen. Het vraagt lef om in te zien dat je niet altijd hebt gekregen wat je nodig had, hoe liefdevol de intentie ook was. Daarna vindt heling plaats. Dat geeft vaak direct ruimte voor een andere blik op het kind. Ruimte geeft ontspanning en dat is vaak waar mijn klanten het meest naar verlangen. Ontspanning en verbinding.

Het hoeft allemaal niet perfect, het mag best ingewikkeld of pijnlijk zijn, als het maar echt is, als het maar klopt. Vaak hebben ze hun leven lang keihard gewerkt aan een doel dat niet haalbaar was. Dit kost vreselijk veel energie en is heel frustrerend. Zodra je mag zien, mag voelen dat het anders kan, dat je doel veranderd is, geeft dit richting. Jóuw richting. En al het andere beweegt dan veel makkelijker mee. Als je op je eigen plek staat, valt alles om je heen ook op zijn plek. De puzzel is dan compleet.


Heb jij ook een vraag aan Janina Dubbeld? Plaats het dan gerust onder dit blog artikel in een reactie of mail Janina. Je kunt haar daarnaast ook volgen op Instagram.  

4 Comments

Write A Comment

Solve : *
34 ⁄ 17 =


Pin It